 |
Let Us Rise
Een opgedost, volgepompt, opgetrokken gelaat
Opgekropte haat of een volgepropte maag
Om de waarheid door te trekken, zappen wij met overdaad
Luidkeels schaterend om de flaters van de maand
Het vieze vet van leedvermaak druipt van onze lippen
Zelfverraad voor één miljoen? Dat doet ons niet schrikken
We zuipen tot we kotsen en schransen ons een staart
Bij het beeld van moord en brand, de hedendaagse haard
Maar de overstroming komt, hoor het kraken bij de dijken
Plotselinge kortsluiting, dan zal alles blijken
Onze boot van trots zal in schaamte ondergaan!
Sterren zullen vallen, grote golven zullen stijgen
Het water zal ons allen smekend naar de geest doen reiken
Maar het zal ons niet verdrinken, eerder dwingen op te staan!
|
 |
Summertime
Ze is op reis met de wind om nooit meer stil te liggen
Mijn zucht die zweeft voor eeuwig, sierlijk met een lach
Over zeeën, mooie weiden, waar lammetjes gedijen
Wie weet zal ik ooit weer op een dag worden verrast
Wellicht bezoekt zij mij dan als een zwoele zomerbries
Streelt zij mijn gezicht liefjes, enigszins verlegen
Misschien blaast zij vanavond wel plots een kaarsje uit
Om mij te zeggen: “Beste vriend, ik ben nog steeds in leven”
***
Vergis je niet, de leegte die ik alleen heb doorgestaan!
Ik heb gezworven in de kou, voor rust was nergens plaats
Ik ben meegesleurd door stormen, met gifgassen besmet
Door propellers heen gedrukt en door regen zwaar belaagd
Ik heb gejankt met het riet, en deuren dichtgeslagen
Gespookt in de nacht, en gejammerd in het bos
Ik heb alles geprobeerd, kon je mij maar horen roepen:
“Oh adem mij weer in mijn vriend en laat me nooit meer los!” |