Life Of A Warrior
Water is leven
Niets brengt alles dichterbij
De krijger dorst naar de woestijn
Daar spreekt de zon
in klare taal
de woorden
“Wees zoals het zand”
“Zonder wens naar meer
zonder angst voor minder”
“Standvastig en veranderlijk
Verbonden en los
nooit anders
dan hetzelfde
maar altijd
op weg”
|
The Great Mirage
Van mijn lippen stromen leugens niet
Langer zie ik helder meer
Mijn verzameling kent geen limiet
Ik bezit al ik begeer
En in stof ligt mijn voldoening zeker
Niet! Klinkt er vanuit mijn borst
Hoe groot dan ook de lege beker
Heus, met lucht lest u geen dorst
Ik bezit kelders wijn!
Dorst baart mij geen druppel zorgen
Niets dat niét behoort tot mijn domein
Vandaag van mij en zo ook morgen
Dan grijpt de droogte hem plots bij de hals
En de doodse stilte zegt: Uw waan is vals!
|
Rose From The Garden
Gisteravond waren wij nog samen, zo gelukkig
In mijn maag vlogen vlinders en mijn hart klopte gauw
We lachten echt om alles, zelfs de stilte kietelde
Ik lag in jouw warme armen, oh zo veilig voor de kou
Nu niet…
Je bent weg
en ik alleen
Aan mijn been
hangt een blok
Een klok
die niet loopt
zonder jou
is het dood
Maar gister had ik jou nog vast, we zoenden elkaar innig
Ik baadde in jouw bijzijn, zei dat ik nooit meer zonder kon
We speelden met elkanders haar, al starend naar de hemel
Vertelden elkaar een geheim verlangen om en om
Nu niet…
Het is stil
in de kamer
zelfs de hamer
wil niet slaan
Nee de kraan
van de tijd
wil niet lopen
Niet voor mij
Maar gisteren kon ik nog genieten van jouw geur
Gekke grapjes maken en verdwalen in jouw lach
Je fluisterde mij naampjes toe en honderden beloftes
Ik was er zeker van dat ik de verre toekomst zag
Nu niet…
De koekoek
wil niet zingen
Zij blijft binnen
Net als ik
Zij is sip
en betreurt
deze tijd
die ons scheurt
|
Sleeping Pills
De wekker gaat
Ik weet het niet zeker
Jawel
Toch
Nee!
Langzaam kom ik overeind
Ik houd één oog dicht
Dan kan die nog even slapen
Want het is nog niet eens licht
Ik kijk uit het raam
Nee
De zon is nog niet op
Niet dat de zon hier ooit écht
Op komt
Grijs, koud en nat land
Waar alle huizen bruin zijn
De keuze:
Straks vakken vullen voor vier euro per uur
Of
Terugkruipen onder de warme wollige deken
Moeilijk.
Discipline, di-sci-pline!
Ik sta op
Wat een hel.
Hel = zó dicht bij de warmte zijn
En het toch zo koud hebben.
Wat maakt dit nog erger?
Dun zijn.
Goed…hoe laat is het?
07:45 --- 07:46 --- 07:47 --- 07:48 --- 07:49
Er is geen tijd meer om te douchen.
Wat doe ik aan?
Mijn lelijkste broek, mijn oudste trui
Dezelfde sokken als gister…
Wat maakt het uit?
Er is geen tijd
Voor een uitgebreid ontbijt.
Pak één sneetje tijgerbrood,
Kneed het binnenste tot een bal,
Eén hap
Brood weg
Ik loop naar de schuur en pak mijn fiets
Mijn rechteroog is ondertussen ook
Wakker
(Hel: mijn bed is nog steeds warm en ik ben
buiten)
De achterband is lek…
Dat is niet
Erg
Dat is een
Excuus
Op naar de supermarkt!
Met één hand in de kou
En één hand in m’n mouw
(Dan is die in ieder geval nog een tijdje
lauw)
Ik fiets langs
Aam
Via de om-weg-laan
Dit is het laatste moment met mezelf
Straks
Moet ik weer Ben zijn
Niet Ben de denker,
Ben van de zelfgemalen koffie, of
Ben de muzikant
Nee…
Ben van de flessenband
|
Under Your Spell
Ik verover
De laatste plaats
Ik ben op weg
Naar waar ik ga
Dan valt mijn blik
Mijn hele wezen
Plotseling op haar
Verbazing
Neemt mij over
Dat zo’n schoonheid
Kan bestaan!
Ik wil voor altijd
Bij haar zijn
En ik ken
Niet eens haar naam
Ik weet dat zij mij ziet
Maar onze ogen
Kruisen niet
Het is verboden
Ik ben niet
Een van hen
Einde lied
Dan zie ik in het raam
Waarachter alles snel voorbij raast
De reflectie van mijn droom
Haar blik opzij
Is dan naar hem
Ze werpt een lach
En sluit de leegte
Daarin
Zijn ze samen
Samen
Voor heel even
|
Letters To The Living
Het was een vluchtig moment
Zo vluchtig…
Ik was nog altijd nietsvermoedend
Toen ik weer werd gedood
Even was ik levend
Ik vloeide…
Maar voordat ik dat snapte
Werd ik van alles weer beroofd
Ik werd geschreven
En verlaten…
Maar net voordat ik dat begreep
Was ik al opgedroogd
Kijk naar me
Lees mij
Dit is wie ik ben
Ben
|
Heart Of Man
Trots wappert de vlam van macht!
Hebzucht en nijd, haar brandende dracht
Haar giftige adem bedwelmt haar vangst,
verlamt zijn ziel, behelst zijn angst
Haar greep kleurt zijn dromen zwart
verkoold zijn kennis, versteend zijn hart
vertroebeld zijn zicht en brengt hem de dood
Licht is haar wezen, maar donker haar rook
Ziet hoe zij woekert, de zoeker bedriegt
met vonken van goud. Listig haar lonken!
De vlam van de macht, een waar parasiet
In haar zee van vlammen zijn vele verdronken
|
| |
Let Us Rise
Een opgedost, volgepompt, opgetrokken gelaat
Opgekropte haat of een volgepropte maag
Om de waarheid door te trekken, zappen wij met overdaad
Luidkeels schaterend om de flaters van de maand
Het vieze vet van leedvermaak druipt van onze lippen
Zelfverraad voor één miljoen? Dat doet ons niet schrikken
We zuipen tot we kotsen en schransen ons een staart
Bij het beeld van moord en brand, de hedendaagse haard
Maar de overstroming komt, hoor het kraken bij de dijken
Plotselinge kortsluiting, dan zal alles blijken
Onze boot van trots zal in schaamte ondergaan!
Sterren zullen vallen, grote golven zullen stijgen
Het water zal ons allen smekend naar de geest doen reiken
Maar het zal ons niet verdrinken, eerder dwingen op te staan!
|
Number 306
<LOG IN>
<Acht uur exact>
<Sleutel in het gat>
<Volle kracht>
<Start!>
<De oven sputtert, de hoofdmotor ratelt>
<Het olie pruttelt en rook vult de zaal op>
<Het stinkt naar zwavel, de afzuigkap bromt>
<Dodelijke giffen zweven dreigend in het rond>
<Filters zijn vervangbaar, mijn kop roept longen niet>
<Zwijg zegt lange Jan, alleen mietjes worden ziek!>
<Stop!>
<PAUZE>
<Een kop koffie en een slof sigaretten>
<Een boterham met bloedworst>
<Een groot glas volle melk>
<En dan een diepe zucht>
<Stop!>
<Half twee exact>
<Sleutel in het gat>
<Klaar voor de vracht?>
<Start!>
<Sloven, zwoegen, de ruggen klagen>
<Kilo’s schroeven kuchend dragen>
<Zuchten slakend bukken en zagen>
<Alles in vaten, takelen, stapelen>
<Klaar voor verzending, laden die wagen>
<Taak zit erop>
<Af!>
<LOG UIT>
|
What You Have Created
Koprollen
door de gedachtegang
zonder stoppen
Omringd door een onronde
wand van hoepels
en stoppels
Het spoor
van trildruiven
en theehaar
achterna dansen
Met in de vingers
de kolkende kwast
met de huilende enkel
Op open velden
Plafondlampen
Uit de hemel pulken
Vanuit de kloddergaten
De komst verraden
Van de glitterende rolwolk
Dreigend herkauwen
Naar de fluitende koe
Met het bolle oog
Al zinkende
In het blondgeverfde
Drijfgras
Wat eens was
blootsvoets
In de slaapzaal gymmen
Is geworden
Neusvleugeldiep
Fronsen in de hersenschimmen
|
The Darkest Night
De zwoegende sloeber zei eens tot de akker:
“Breng hen de smaak van de slaaf, deze stakker
Onthul hen voor mij, wie zij werkelijk zijn
Breng aan het daglicht de kleur van mijn pijn!”
Met een bloedende rug begroef hij zich wakker
En zo kwam het bittere brood bij de bakker
Gezichten vertrokken, ze leegden de zakken
En zagen het bloed, dat aan hen bleef plakken
Met wroeging besmet en schaamte beladen
Sloegen de maners zichzelf voor hun daden
“Wij zullen hen nooit meer dwingen noch smaden
Martelen, tarten, beleren of haten!”
“Het is ons getoond, leeg onze harten!
Verdrijf onze smarten, vergeef onze zwakte!”
|
Summertime
Ze is op reis met de wind om nooit meer stil te liggen
Mijn zucht die zweeft voor eeuwig, sierlijk met een lach
Over zeeën, mooie weiden, waar lammetjes gedijen
Wie weet zal ik ooit weer op een dag worden verrast
Wellicht bezoekt zij mij dan als een zwoele zomerbries
Streelt zij mijn gezicht liefjes, enigszins verlegen
Misschien blaast zij vanavond wel plots een kaarsje uit
Om mij te zeggen: “Beste vriend, ik ben nog steeds in leven”
***
Vergis je niet, de leegte die ik alleen heb doorgestaan!
Ik heb gezworven in de kou, voor rust was nergens plaats
Ik ben meegesleurd door stormen, met gifgassen besmet
Door propellers heen gedrukt en door regen zwaar belaagd
Ik heb gejankt met het riet, en deuren dichtgeslagen
Gespookt in de nacht, en gejammerd in het bos
Ik heb alles geprobeerd, kon je mij maar horen roepen:
“Oh adem mij weer in mijn vriend en laat me nooit meer los!”
|
On Deaf Ears
Het is nacht, de wind woelt, het regent zacht
Er klinkt geklak van hakken en een wolkenhoog gelach
Een gelukkig stel siert de straat, met elkander sjansend
Hij wenst in zich en droomt hun schaduw te zijn, dansend
’s Stads geschater en gezelschap zinkt alsmaar dieper weg
Tot de waarheid van zijn eenzaamheid hem strak in stilte vlecht
Hij telt de tranen af vanachter een beslagen raam
Dan klinkt het klokslag zes: het uur van zijn bestaan
De deur opent langzaam en de maneschijn bejegent hem
De hemel stopt met zuchten en ‘t regent plots niet meer
Alle huizen in de straat buigen ned’rig voor hem neer
Hij heft zijn handen, sluit zijn ogen, concentreert zich zeer
Alle vogels wachten op zijn teken zo begeerd
En dan zingen zij het sonnet van de schemering
|